philicious Football My sight on Football

18Apr/100

Leer falen

Bij het doornemen van mijn rss-feeds kwam ik op een mooie blogpost uit van Ondernemer in Gent, waarin uitgelegd wordt waarom je je kinderen moet laten gamen.

In deze blogpost wordt beschreven dat mensen die opgegroeid zijn met spelen van computer-spelletjes het gewoon zijn van te zoeken naar oplossingen en minder bang hebben van een mislukking. Hier wordt dit doorgetrokken naar het bedrijfsleven, waarin je vaak maar 1 kans hebt om te slagen, iets wat je in een video-game niet hebt. Jongeren moeten zelf ontdekken en leren uit hun fouten.

In het voetbal is dat hetzelfde. Jongeren moet je laten ontdekken, moet je vrijheid geven op het veld, moet je laten experimenteren. Belangrijk als coach is dat je hen én de omgeving rond je team duidelijk maakt dat je meer dan 1 kans krijgt. Mislukt een poging, dan is dat geen ramp, volgende keer beter.

Net zoals in een computergame is er in het voetbal geen handleiding die je naar de juiste oplossing brengt. Geen enkele coach zal je kunnen garanderen dat je de wedstrijd zal winnen als je naar hem luistert. Als coach moet je dan ook er voor zorgen dat je niet de fout maakt van toch een handleiding te willen schrijven voor je spelers.

Op trainingen moet je proberen situaties te creëren die je tijdens wedstrijden ook meemaakt. Belangrijk is dat je je spelers enkele mogelijke opties biedt en hen dan zelf de keuze laat maken om te bepalen wat er op welk ogenblik het best uit komt. Dit proces heeft tijd nodig. Geduldig zijn is de boodschap.

Wat jongeren ook meepikken uit de huidige generatie van games is het online spelen, het spelen in team. Op die manier voeren ze online opdrachten uit en moeten ze zich houden aan de gemaakte afspraken. Daarenboven helpt het hen om te aanvaarden van elkaar dat je fouten maakt en je elkaar nodig hebt om je doel te bereiken.

Vaak is het in het voetbal een probleem om te leren falen. De enige manier om sterker te worden is te leren falen, maar falen wordt niet geapprecieerd in het voetbal. Die tendens moeten we doorbreken. Die taak ligt zowel bij trainers, opleiders als clubbesturen en vooral ouders. Ook zij moeten leren dat je niemand helpt door er op te wijzen wat niet goed was.

3Apr/102

Stagementor

Afgelopen weken was ik stagementor voor 2 van mijn ex-speelsters. Evy Pollenus en Anne Medats vroegen me of ik hen een beetje wou helpen met hun stage voor de trainerscursus. Natuurlijk wou ik dat doen! Het streelde (uiteraard) ook wel wat mijn ego dat ze mij er voor vroegen.

foto.jpg
Over het algemeen genomen deden ze het vrij goed! Als jonge vrouwen is het niet evident om een groep puberale kerels te trainen, maar geen van beide dames lieten over zich heen lopen. De trainingen liepen vrij goed. Ondanks een vrij complexe groep bleven de dames goed in regel met de opleidingsvisie.

Aftrappen.

Uiteraard is die opleidingsvisie niet altijd mijn visie. Zo hoorde ik van de dames dat je tijdens een wedstrijdvorm op training na een doelpunt àltijd opnieuw moet aftrappen. Laat me u 1 zaak vertellen, da’s puur tijdverlies. Bij een correcte aftrap moet iedereen weer op zijn eigen speelhelft plaatsnemen, wat je gemakkelijk 20 seconden kost.

Een doorsnee ploegje in provinciale jeugd heeft 2 trainingen per week, 90min per training, dus 180 min per week. Volgens de opleidingsvisie moet je 3 wedstrijdvormen doen waarbij je de mogelijkheid biedt om vaak te scoren, de groep vaak ‘het doel laat bereiken’ om er voor te zorgen dat ze genoeg ‘fun’ in je training zit. Als we ons dus houden aan bovenstaande regels, kom ik uit op deze rekensom

                10 goals per wedstrijdvorm
                3 wedstrijvormen per training
                2 trainingen per week
                =
                60 goals per week
                à rato van 20 seconden per goal
                = 1200 seconden = 20 minuten per week
                
                à rato van 30 weken per seizoen
                = 10 uur onophoudend aftrappen!
                

Je gaat dus, met zo een idioot regeltje, 10% van de tijd die je hebt om te voetballen, om te evolueren, om bij te leren, spenderen aan het wachten op een aftrap. 10 uur(!!) per seizoen hou je je bezig met wachten op alle spelers die zich weer in positie zetten.

Mijn advies: speel wedstrijdvormen zonder aftrap. Scoor je een goal, laat de doelman dan de bal uitwerpen/rollen en begin te voetballen van achteruit in plaats van op de middenlijn. Daar gaan de spelers meer aan hebben denk ik.

27Dec/093

Initiator C

Vanaf half september volgde ik bij de koninklijke belgische voetbalbond mijn eerste trainerscursus, initiator C. Op 12 maandagavonden werd ons aangeleerd hoe we moeten lesgeven aan jonge voetballertjes.

Tijdens de eerste lesuren werd er vooral gesproken over didaktiek, over de manier van je boodschap zo efficient mogelijk overbrengen naar je spelersgroep. Een toffe combinatie tussen praktijktrainingen en theoretische gedeeltes zorgde ervoor dat de groep vrij snel weg was met de richtlijnen.

Na het didaktische gedeelte werd er verder gesproken over de basismotorische vaardigheden die vooral op jonge leeftijd aan kinderen aangerijkt moeten worden. Daaruit bleek dat kinderen op jonge leeftijd vooral veel beweging nodig hebben, zodoende op latere leeftijd niet beperkt te worden in hun mogelijkheden.

Het gedeelte opleidingsvisie vond ik persoonlijk het minst aantrekkelijk. Iets wat zeer geanimeerd en leuk kon worden als onderwerp voor discussies bleek uit te draaien op een opsomming van wat kinderen moeten kunnen op welke leeftijd. Ook wordt je een beetje geduwd naar het aanleren van een 433-systeem op latere leeftijd, iets waar ik het helemaal niet mee eens ben.

Als afsluiting van de 12 weken, werd er gesproken over blessurepreventie. Blessurepreventie is en blijft een belangrijk punt in sport dat jammer genoeg amper aandacht krijgt. Zo bleek dat 65% van de spierblessures enkel en alleen te wijten zijn aan verkeerde en onverantwoorde trainingen, en dus te vermijden zijn. Dit gedeelte heeft een interesse bij me opgewerkt dat ik daar dieper op ga ingaan in de komende weken.

Uiteraard hoort er ook een examen bij. Het theoretisch examen bestaat uit een 10-tal vragen gekozen uit een lijst van 50 vragen die je op voorhand krijgt. Voor mij was dat geen enkel probleem, echter achteraf hoorde ik toch van sommige die het daar wel moeilijk mee gehad hadden en met een herexamen zitten.

Naast het theoretisch examen was er ook een praktijk examen. Samen met Jelle Francis kozen we ervoor om ons examen te laten doorgaan op de terreinen van Sporting Aalst, waar we de U15 ter beschikking kregen. Onze training draaide rond het thema 'omschakeling', wat vrij goed lukte. Achteraf werd ons wel 'verweten' dat het te moeilijke materie was, maar zowel Jelle als ik bleven (uiteraard) bij ons standpunt en vonden dat we er goed aan gedaan hadden.

Positieve punten uit de cursus:

  • de blessurepreventie-blok
  • de discussies met de cursisten onderling
  • nieuwe contacten
  • didactische tips
  • praktijktrainingen

de mindere punten:

  • de opleidingsvisie vond ik maar niks
  • het  praktijk-examen

Over het algemeen vond ik de cursus zeker de moeite waard, maar ergens had ik er nog meer van verwacht. Hopelijk brengt de cursus initator B wel wat ik wou. Aangezien je als trainer nog aan de slag wil gaan na 2011 moet je de cursus sowieso doorlopen, maar ik raad het ook wel aan iedereen aan. Je kan veel leren, enkel en alleen al door in groep na te denken over de materie.