Nederland – Denemarken
Het was een hele heisa voor de wedstrijd rond Nicklas Bendtner. Speelt hij? Of toch maar weer niet? Deens bondscoach Morton Olson verkoos hem te laten starten aan de partij. Een slimme zet, bleek twintig minuten ver in de partij. De Deen was een ideaal aanspeelpunt in de aanval van Denemarken en kon de bal makkelijk bij zich houden. Een zeer groot verschil met de talentvolle Beckmann die later Bendtner verving.
Aanvallende weelde
Waar het bij Denemarken harken is om een echte spits aan de aftrap te krijgen, is het bij Oranje helemaal anders. Sneijder, Van der Vaart, Van Persie, Kuyt, Elia, Babel en Huntelaar. Allemaal grote namen die spelen bij grote Europese (sub)toppers. Van Marwijk opteerde dan ook om te starten met de meest klinkende namen aan de aftrap, maar het waren de sterke invallers, Affelay en vooral Eljero Elia, die de wedstrijd in een beslissende plooi legden.
De factor geluk
Onze noorderburen mochten ook van geluk spreken om de wedstrijd winnend af te sluiten. Het bracht zeker niet het voorspelde aanvallend één-tijdsvoetbal. Naar mijn mening speelde Sneijder te laag waardoor de ruimte achter de aanvallers niet genoeg werd opgevuld. Van Persie, anders wel met een uitstekende techniek, talmde enkele keren net iets te lang voor hij op doel besloot.
Voor wie het ook niet echt een gelukkige wedstrijd was, was Rafael Van der Vaart. De Nederlandse nummer 23 kwam niet echt in zijn spel. Een paar keer was er de mogelijkheid om een snelle tegenaanval op te zetten, maar die werd telkens de nek omgewrongen door een foute pass, een misverstand, ed. Sporza-journalist Frank Raes zal dit wel niet gemerkt hebben, hij was meer bezig met mevrouw Van der Vaart: Sylvie Meis.
In de tweede helft kon het legioen dan toch juichen. Van Persie zette goed druk, kwam in balbezit en zette de bal voor. Poulsen werkte net weg voor de neus van Kuyt, maar die bal week af op de rug van de beloftevolle Simon Kjær. Het gevolg was dat de bal via de paal in het net viel. Met veel geluk kwamen de troepen van Bert Van Marwijk op voorsprong.
Van Bommel vs. Poulsen
De zwakke Van der Vaart moest diep in de tweede helft plaats maken voor de jonge Eljero Elia. Met enkele knappe passeerbewegingen maakte de HSV-speler de ruimte voor zichzelf op de linkerflank. Jacobsen aan de andere kant had geen verhaal.
De Denen aan de andere kant toonden zich wel goed voetballend maar ze mankeerden altijd maar die laatste, beslissende pass. Ook de ervaren Jesper Gronkjær kon geen snelheid meer krijgen in de Deense ploeg na de rust.
Op het middenveld gebeurden alle duels op het scherpst van de snee. Een veel terugkerend duel was dat tussen Mark Van Bommel en Christian Poulsen. De twee veteranen hebben duidelijk nog allebei zin om hun laatste kunstje te tonen op het hoogste niveau. Uiteindelijk was het Van Bommel die de winnaar was, vooral omdat hij zich ijzig kalm hield en zich niet liet opnaaien door de irritante fouten van de Deense nummer 2.
De onmacht van Olsen
Op bepaalde momenten had ik toch medelijden met hoe Olson zat toe te kijken op de bank. De ex-verdediger van Anderlecht zag wel dat zijn ploeg goed de bal kon bijhouden, maar dat was ook alles. Na de rust was het echter een ander verhaal. De bal bleef maar in balbezit van Oranje terwijl Denemarken niets meer kon klaarmaken. De Jong en Van Bommel monopoliseerden de bal op het middenveld.
Het was echter Sneijder die grotendeels voor de eindstand zorgde. Na een geniale doorsteekpass kwam Elia alleen voor de keeper. Diezelfde stak de bal naast de keeper door, kwam terug via de paal en het was Dirk Kuyt die de eindstand vastlegde.
De Nederlanders, die met veel hoogmoed in Zuid-Afrika aangekomen waren, zullen toch eerst hun spel naar een ander niveau mogen tillen, vooraleer ze beginnen te dromen om nogmaals in Soccer City te mogen spelen, want daar vindt de finale plaats.


